Hoe vind je de ideale balans tussen je Ego en Intuïtie?
In deze video leg ik mijn teampartner Claudia Bosscher uit hoe je een betere balans kan krijgen tussen je ego en intuïtie. En hoe je beter naar jouw gevoel kan luisteren.
Zie ook:
In deze video leg ik mijn teampartner Claudia Bosscher uit hoe je een betere balans kan krijgen tussen je ego en intuïtie. En hoe je beter naar jouw gevoel kan luisteren.
Zie ook:
oktober 24th, 2011 on 12:14
Ego,
Identificatie
In het normale spraakgebruik bedoelt men met het woord “ik” het “subject”. Het woord “ego” gebruikt men algemeen voor de identificatie van het zelf met een onjuist denkbeeld. Als “zelfbeeld” is het dus onecht[1][2] in die zin, dat het denkbeeld over zichzelf niet overeenkomt met de werkelijkheid. Men spreekt bijvoorbeeld over iemand met een groot “ego”, als die mens bijvoorbeeld van zichzelf vindt dat hij erg belangrijk is, terwijl dat voor velen in de werkelijkheid niet zo blijkt te zijn. In dat geval wordt het subjectieve “ik” tot object van verschillende beschouwingen. Als iemand sterk op zichzelf is gericht, zich als een afgescheiden identiteit voelt, dan wordt zo iemand egocentrisch genoemd. Bij zelfzucht spreekt men van egoisme.
Psychologie
Sigmund Freud gebruikte het woord Ich voor het ego dat zich tussen het Es en het über-icht bevindt. Jung stelt dat er een onderscheid is tussen het ego en het zelf. Bij hem staat de zelfverwerkelijking of individuatie centraal: het wegnemen van de identificatie met het ego. Wanneer het individuatieproces op gang komt, gaat men zichzelf (het eigen ego) steeds meer realistisch waarnemen. Men ziet dat men zelf ook slechte eigenschappen heeft, dat wordt de ontmoeting met de schaduw genoemd.[3] Dan gaat men de projectie van de eigen slechte eigenschappen op anderen doorzien: men wordt wijzer en krijgt meer zelfkennis.
Filosofie en religie
Het ego wordt in de filosofie en religie vaak aangeduid met het begrip “ziel”. In het hindoeïsme kent men het begrip atman dat “zelf” betekent. M.K. Gandhi wordt Mahatma Gandhi genoemd, omdat men vind dat hij een “groot-zelf” is: een maha-atma. Dan verplaatst het begrip ego zich van een persoonlijk ego naar een reincarnerend-ego. Dit lijkt op het idee van individuatie van Jung. In de Indische cultuur bedoelt men dan juist dat zijn ego (persoonlijkheid) klein is maar zijn zelf (atman) groot. Zie over het ontstaan van het ego in het Boeddhisme: reïncarnatie.
Esoterie
In de esoterie en meer in het bijzonder de theosofie, wordt het woord “ego”[4] gebruikt voor het gereflecteerde bewustzijn dat daardoor tot zelfbewustzijn wordt. Men maakt een onderscheid tussen verschillende soorten “ego’s”; het menselijk ego en het reincarnerend ego.[
Algemeen
Intuïtie wordt in de psychologie ook wel omschreven als impliciete ingevingen, als gevolg van bepaalde gedachtegangen en waarnemingen. Dit in tegenstelling tot het bewuste of expliciete kennen en waarnemen. Mogelijk helpen intuïtieve ingevingen de mens om in complexe situaties toch een juiste beslissing te nemen. Dit komt o.a. omdat er hierbij in mindere mate een beroep wordt gedaan op de beperkte capaciteit van onze hersenen. Intuïtieve ingevingen hoeven echter niet altijd tot de juiste beslissingen te leiden.
Aangeleerde intuïtie
Intuïtie is er niet vanzelf, maar moet worden gevormd. Anders gezegd: het kan worden opgevat als een vorm van automatische en onbewuste verwerking van informatie die is aangeleerd. Naar dit verschijnsel is vooral in de experimentele psychologie veel onderzoek gedaan. Complexe vaardigheden zoals schaakspelen en alledaagse activiteiten als fietsen, leren lezen en autorijden vragen aanvankelijk veel inspanning en concentratie. Zij 'vragen' naar men aanneemt vooral bij onervaren mensen veel hersencapaciteit. Ervaren schaakspelers en automobilisten handelen daarentegen snel en intuïtief, dat wil zeggen zonder er bij na te denken. Zo liet onderzoek van o.a. Chris Chabris [1] zien dat ervaren schakers hebben geleerd groepen te vormen van stukken en zetten, in plaats van alle stukken of zetten stuk voor stuk te overdenken. Veel van dit impliciete gedrag kan door oefening worden aangeleerd. Het bewust gecontroleerde of expliciete gedrag fungeert daarbij als een voorstadium, of eerste fase waarbij alle individuele stapjes worden doorlopen en uitgeprobeerd. In de tweede fase ‘slijt’ dit patroon van denken als het ware geleidelijk in.
Ego en Intuitie zijn zowel in ons (genen) als wel kunnen ze worden, Ego is mogelijk de hardere kant. beide begrippen kennen overlappingen en zijn niet per definitie erkaars tegenbeeld de balans is gemakkelijk te vinden, maar afhankelijk van de nog vrij te kiezen parameters is de realisatie mogelijk weerbarstig